Ook de nieuwsbrief van Landgoederen en Buitenplaatsen in Zuid-Holland ontvangen? Schrijf je in!

Oranjerieën

 
Een bijgebouw dat geregeld op buitenplaatsen aanwezig was, is de oranjerie. De oranjerie diende aanvankelijk als overwinteringplaats voor citrussoorten waaronder oranjeboompjes (vandaar de naam) en later ook voor exotische planten. Omdat de meeste citrussoorten enige koude en zeer lichte vorst kunnen verdragen, was het aanvankelijk niet nodig deze gebouwen te verwarmen. Toen in de loop van de 17de eeuw vorstgevoeliger planten beschikbaar kwamen, zoals laurus, oleander en palmsoorten, werd verwarming noodzakelijk. In oranjerieën hield men de temperatuur op peil met kachels. Een verwarming tot vijf graden Celsius was meestal adequaat. Dit was evenwel niet voldoende voor het telen van exoten uit de tropen, die bijvoorbeeld via de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) ons land bereikten. Deze gewassen hebben gelijkmatige en continue verwarming nodig tot zestien of zeventien graden Celsius. Dergelijke temperaturen konden alleen worden bereikt in zogeheten stookkassen, die in ons land pas omstreeks 1685 werden geïntroduceerd. Deze eerste stookkassen waren kleine constructies die meestal tegen de al bestaande oranjerie werden opgetrokken. De verwarming geschiedde met turfgestookte ovens.
De meeste oranjerieën en stookkassen zijn inmiddels verdwenen. Toch bestaan er in Zuid-Holland nog elf van dit soort voorzieningen. De oranjerieën van Berbice te Voorschoten en Huis ter Horst te Wassenaar dateren uit de 17de eeuw. De overige oranjerieën in Zuid-Holland zijn gebouwd in de 19de eeuw, toen het houden van exotische planten opnieuw in de belangstelling kwam te staan.
De meeste oranjerieën stonden aan de noordzijde van de moestuin van de buitenplaats, zodat optimaal gebruik kon worden gemaakt van zonlicht dat door de grote vensters in de zuidelijke gevel naar binnen viel.