Ook de nieuwsbrief van Landgoederen en Buitenplaatsen in Zuid-Holland ontvangen? Schrijf je in!

Inrijhekken

 
De toegang tot de buitenplaats diende te kunnen worden afgesloten. Dit gebeurde in de regel met zware smeedijzeren hekken, die waren opgehangen aan stenen hekpijlers of smeedijzeren – in de 19de eeuw ook gietijzeren – hekposten. Dikwijls werd het buiten van de weg gescheiden door een sloot of vaart. In dat geval vormden de hekpijlers één geheel met een stenen boogbrug.
Van inrijhekken werd meestal behoorlijk werk gemaakt. De toegang van de buitenplaats was immers het ‘visitekaartje’ van de eigenaar. De vleugels van de hekken werden in fraai smeedijzer uitgevoerd, waarbij de naam van het buiten dikwijls in het smeedwerk werd opgenomen en details volgens de laatste mode waren vormgegeven. Ook de pijlers waren veelal rijkelijk versierd. Soms werden ze in natuursteen uitgevoerd of met dit materiaal bekleed. Vaak zijn ze voorzien van een natuurstenen bekroning. Deze bestaat in de regel uit een dekplaat met daar bovenop een vaas, ananas, dennenappel, wapenschild of schilddragende leeuw.
In de 19de eeuw kwamen gietijzeren hekposten in combinatie met smeedijzeren draaihekken in zwang. Vaak deden deze hekken in schoonheid niet onder voor de stenen inrijhekken. Wel zijn ze ranker van uitvoering.
Inrijhekken zijn bij tal van buitenplaatsen in Zuid-Holland te bewonderen. Soms zijn het de enige resten die van een buitenplaats bewaard zijn gebleven.