Ook de nieuwsbrief van Landgoederen en Buitenplaatsen in Zuid-Holland ontvangen? Schrijf je in!

Financiën

 
Het behoud van cultuurhistorisch erfgoed is van algemeen belang voor de Nederlandse samenleving. Om het erfgoed in goede staat te houden zijn regulier onderhoud en soms restauraties onontbeerlijk. De kosten die hiermee gemoeid zijn, liggen veelal hoger dan onderhoud en renovatie van niet beschermde gebouwen en groenaanleg. Om eigenaren en beheerders te helpen hun monumentale bezit en daarmee het Nederlandse ergoed in stand te houden, zijn er verschillende financiële regelingen in het leven geroepen. Een overzicht hiervan staat hieronder kort omschreven.  

Natuurschoonwet

De Natuurschoonwet is een belastingwet die dateert uit 1928. De wet heeft tot doel de instandhouding van landgoederen te bevorderen door – onder bepaalde condities – fiscale voordelen aan eigenaren, vruchtgebruikers en erfpachters van landgoederen te bieden. Om het landgoed te laten rangschikken op basis van de Natuurschoonwet kan de eigenaar een verzoek indienen bij de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het landgoed moet dan wel voldoen aan de voorwaarden van het Rangschikkingbesluit Natuurschoonwet. Als het handelt om historische buitenplaatsen dan moet de buitenplaats minimaal 1 hectare groot zijn.
Als eigenaren (een deel) van hun landgoed openstellen voor het publiek biedt dit extra fiscale voordelen. Een lijst van eigenaren die (een deel) van hun landgoed voor het publiek openstellen wordt door het ministerie van EL&I gepubliceerd: DR-Loket (Dienst Regelingen).

Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim)

Om eigenaren van rijksmonumenten te stimuleren planmatig hun monumentale bezit te onderhouden biedt het rijk verschillende faciliteiten. Eigenaren van zogenaamde woonhuismonumenten kunnen de kosten voor instandhouding van hun rijksmonument opvoeren als aftrekpost bij de opgave van hun inkomstenbelasting of hiervoor een laagrentende lening aanvragen. Voor eigenaren van niet woonhuismonumenten is sinds 2006 het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim) van kracht. Kastelen, landgoederen en buitenplaatsen vallen in deze categorie. Op basis van dit besluit kunnen eigenaren in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van instandhouding in de vorm van een subsidie of een laagrentende lening. Om voor de regeling in aanmerking te komen, dient een zogenaamd zesjaren instandhoudingsplan te worden opgesteld. Het kan dan gaan om van rijkswege beschermde archeologische en gebouwde monumenten, maar ook om groenmonumenten. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u door naar de website www.monumenten.nl.
Alleen onderhoud komt voor subsidie in aanmerking (voorheen kon men ook (deel)restauraties opvoeren). De subsidiabele kosten voor gebouwde rijksmonumenten worden gebaseerd op de herbouwwaarde van het monument. Voor een periode van zes jaren zijn de maximale subsidiabele kosten 3 % van de herbouwwaarde. De eigen bijdrage is gesteld op 50%, zodat de maximale bijdrage van het rijk 1,5 % van de herbouwwaarde voor een periode van zes jaar is. Voor archeologische rijksmonumenten wordt geen maximum aan subsidiabele kosten gehanteerd en voor groene rijksmonumenten kan men alleen subsidie aanvragen voor het hoogstnoodzakelijke onderhoud van de hoofdstructuur en voor onderhoud van de kernwaarden (unieke en zeldzame onderdelen).
Als het totaal van de in een jaar aangevraagde subsidie het beschikbare jaarbudget te boven gaat, wordt een voorrangssysteem gehanteerd. Aanvragen ten behoeve van onderdelen van Werelderfgoed, gaan voor aanvragen gedaan door aangewezen professionele organisaties. Deze gaan op hun beurt weer voor de overige aanvragen. Binnen de hierboven geschetste groepen komen aanvragen met de laagste begroting het eerst aan bod.
In 2014 kunnen aanvragen worden ingedien in de periode 1 februari tot en met 31 maart. In tegenstelling tot voorgaande jaren is het principe wie het eerst komt het eerst maalt verlaten. Het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim) en de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) zijn in de rechterkolom te vinden onder bijlagen.

Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013

Voor de restauratie van rijksmonumenten in Zuid-Holland (woonhuismonumenten uitgezonderd) is een bedrag van drie miljoen euro beschikbaar. Dit budget wordt – op basis van een convenant tussen het ministerie van OCW en het Interprovinciaal Overleg – verdeeld door de provinciale overheid. Provincie Zuid-Holland heeft besloten de helft van het budget te besteden aan restauratieprojecten binnen de zogenaamde erfgoedlijnen (zoals gedefinieerd in de Beleidsvisie Cultureel Erfgoed 2013-2016. Erfenis, Erfgoed en Erfgoud). De andere helft is beschikbaar voor restauratieprojecten buiten deze lijnen. Voor de verdeling van deze 1,5 miljoen euro is de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 van kracht. Aanvragen kunnen vanaf 1 december 2013 tot en met 28 februari 2014 worden ingediend.
Omdat de restauratiebehoefte het beschikbare budget overtreft, zijn er selectie- en rangschikkingcriteria vastgesteld. Restauratieplannen dienen uitvoeringsgereed te zijn en een restauratiebehoefte te hebben die lager is dan 2 miljoen aan subsidiabele kosten. Daarnaast dient de aanvrager zorg te dragen voor minimaal 50% cofinanciering. De restauratieplannen die aan deze voorwaarden voldoen, worden vervolgens gerangschikt. Hierbij wordt gekeken naar technische urgentie, de hoogte van cofinanciering, of er sprake is van herbestemming, het creëren van leerling-werkplaatsen en werkgelegenheid.

De Restauratiefondsplus-hypotheek

Voor grootschalige restauraties van rijksmonumenten zijn de afgelopen jaren telkens wisselende regelingen vastgesteld. Sinds kort bestaat de zogenaamde Restauratiefondsplus-hypotheek voor grootschalige restauraties van rijksmonumenten die niet in de categorie woonhuismonumenten vallen. De hypotheek is een annuïteitenlening met een maximale looptijd van dertig jaar. Per jaar wordt er een vast bedrag aan rente en aflossing betaald. De rente ligt 5% onder de marktrente met een minimum van 1,5%. Het te lenen bedrag ligt tussen € 300.000 en € 2.500.000. Overheden kunnen geen gebruik maken van deze faciliteit.

MonumentenFonds 1818

Fonds 1818 heeft in samenwerking met het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Nationaal Restauratiefonds het zogenaamde Monumentenfonds 1818 in het leven geroepen. Uit het fonds worden laagrentende leningen verstrekt voor verbouwing, renovatie en restauratie van gemeentelijke monumenten (en monumentale kerken) die een nieuwe functie krijgen. Het te lenen bedrag ligt tussen de 10.000 en 200.000 euro. Het werkgebied van het fonds is beperkt tot de gemeenten Delft, Den Haag, Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Lisse, Midden-Delfland, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegsgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Teylingen, Voorschoten, Wassenaar, Zoetermeer en Zoeterwoude. Zie voor meer informatie de website van Fonds 1818