Ook de nieuwsbrief van Landgoederen en Buitenplaatsen in Zuid-Holland ontvangen? Schrijf je in!

Duivenslag en zwanendrift

 
De duivenslag, het recht om duiven te houden, was een adellijk recht. Duivenkasten zijn op afbeeldingen van talloze kastelen te zien. De meestal houten constructies hangen kriskras, maar duidelijk in het zicht aan de muren van het kasteel of het herenhuis. Bij sommige kastelen waren de duiven ondergebracht in stenen torens. Hier werd het adellijk recht van de duivenslag gekoppeld aan een ander heerlijk privilege, de rechtspraak. De begane grond van dergelijke torens werd wel als gevangenis gebruikt.

Een dier dat men op tal van buitenplaatsen aantrof, is de zwaan. Het bezit van zwanendriften was aanvankelijk voorbehouden aan de adel. De oorsprong van de zwanendrift is onbekend. De zwaan gold in ieder geval als een edel dier, waaraan deugden werden toegedicht die zijn afgeleid van het gedrag van dit dier. De partners in een zwanenkoppel zijn elkaar levenslang trouw en de dieren verdedigen liefdevol hun kroost, als het moet met geweld.
Een aantal buitens in Zuid-Holland mocht zich verheugen in dit privilege. Voor zover bekend is er in onze provincie één buiten dat zijn naam ontleende aan het privilege: Swanendrift bij Alphen aan den Rijn. Opvallend is overigens dat alle buitenplaatsen die dit privilege genoten een middeleeuwse, feodale oorsprong hebben, waarbij er sprake is van een oud, aan de grond gekoppeld recht.
Behalve als siergevogelte, hielden zwanen kroos en waterplanten in de slotgracht of vijver in toom. Daarnaast werd de vogel gegeten en gebruikte men de veren als schrijfgerei.
Dat de zwaan een kostbaar bezit was, blijkt uit de fraaie halsbanden voor zwanen die bewaard zijn gebleven. Op de band stond de naam van de eigenaar of de buitenplaats waaraan de zwanendrift verbonden was. Verder werden zwanen wel gebrandmerkt, waarbij men herkenningstekens aanbracht op snavel en poot.